Elke handgemaakte kaars is uniek. Onze kaarsen worden gemaakt van zorgvuldig geselecteerde natuurlijke wassen, waaronder raapzaad- en bijenwas, aangevuld met hoogwaardige pilaarwas voor onze vormkaarsen.
Omdat deze wassen anders branden dan traditionele paraffinewas, hebben ze ook een iets andere verzorging nodig. Met onze tips helpen we je om jouw kaars zo mooi, gelijkmatig en efficiënt mogelijk te laten branden, zodat je er optimaal van kunt genieten.
Onze tips en veiligheidsinstructies lijken misschien logisch, maar worden in de praktijk makkelijk vergeten. Volg bij het branden van kaarsen daarom altijd de onderstaande veiligheidsinstructies.
Algemene veiligheidsinstructies
- Pak kaarsen voorzichtig uit en verwijder al het verpakkingsmateriaal voordat je de lont aansteekt.
- Brand kaarsen altijd in een goed geventileerde ruimte en uit de buurt van tocht, ventilatoren, deuren en ramen.
- Laat een brandende kaars nooit onbeheerd achter.
- Doof de kaars altijd voordat je de ruimte verlaat of gaat slapen.
Controleer of de kaars volledig uit is. - Houd kaarsen altijd buiten bereik van kinderen en huisdieren.
- Plaats kaarsen op een vlakke, stabiele, brandwerende en hittebestendige ondergrond en uit de buurt van brandbare materialen.
- Brand meerdere kaarsen altijd met minimaal 10 cm afstand van elkaar.
- Verplaats nooit een brandende kaars en raak de kaars of container niet aan totdat deze voldoende is afgekoeld.
- Gebruik geen kapotte of gebarsten kaarspot.
- Blus een kaars nooit met water.
- Voeg zelf nooit extra essentiële olie toe aan een kaars.
- Laat geen brandbaar materiaal, zoals lucifers of stukjes lont, in de was vallen.
- Stop met branden zodra er ongeveer 1,5 cm was op de bodem overblijft.
Pilaar-, vormkaarsen en theelichtjes zonder cup
Plaats pilaar-, vormkaarsen en theelichtjes altijd stevig en recht op een passende, hittebestendige schaal of houder. Plaats ze nooit rechtstreeks op een tafel of andere ondergrond.
Bescherm kwetsbare oppervlakken
Plaats een kaars altijd op een stabiele, hittebestendige ondergrond. Warmte, natuurlijke oliën en gemorste was kunnen sommige materialen blijvend verkleuren of beschadigen.
Het eerste gebruik van jouw kaars
Laat tijdens het eerste gebruik de bovenste waslaag zo gelijkmatig mogelijk smelten. Dit helpt tunneling voorkomen en zorgt ervoor dat jouw kaars later mooi egaal blijft branden.
Het is normaal dat er soms wat restjes ongesmolten was aan de zijkant blijven zitten. Je kunt dit zoveel mogelijk voorkomen door de kaars steeds ongeveer 3 tot 4 uur te laten branden, afhankelijk van de grootte van de kaars.
Steek daarom geen kaars aan als je geen tijd hebt om ervan te genieten.
Brandduur en lont verzorgen
Hoewel het verleidelijk is om een kaars de hele avond te laten branden, raden wij aan om een kaars niet langer dan 3 uur per keer te branden.
Kaarsen met een katoenen lont
Controleer vóór ieder gebruik of de lont niet te lang is en knip deze regelmatig terug tot ongeveer 5 mm. Dit helpt een te grote vlam, overmatige hitte, zwarte roetvorming en een te snelle verbranding voorkomen.
Doof de kaars bij voorkeur met een kaarsendover of lontdipper. Met een lontdipper kun je de lont voorzichtig in de gesmolten was dompelen en daarna weer rechtop zetten. Dit helpt rook en smeulen te verminderen.
Bij onze zachtere pilaar- en sierkaarsen is een lontdipper de meest geschikte methode. Gebruik je een kaarsendover, plaats deze dan voorzichtig boven de vlam en druk hem niet in de zachte was. Centreer de lont na het doven indien nodig.
Tijdens het branden kan het voorkomen dat de lont naar één kant drijft. Beweeg de lont dan voorzichtig terug naar het midden.
Kaarsen met een houten lont
Een houten lont heeft iets langer nodig om goed aan te gaan dan een katoenen lont. Houd het vlammetje daarom iets langer bij de lont totdat deze goed brandt.
Verwijder vóór ieder gebruik verbrande stukjes hout en houd de lont ongeveer 3 tot 5 mm kort.
Een te lange lont kan zorgen voor een onrustige vlam, rook of roet. Knip de lont ook niet te kort, omdat deze dan moeilijk kan blijven branden.
Kaarsen van natuurlijke was
Natuurlijke was kan kleine veranderingen in kleur en structuur vertonen. Zo kunnen er bijvoorbeeld kleine kuiltjes, lichte scheurtjes, een wit of kristalachtig laagje (frosting) of plekjes ontstaan waar de was iets loskomt van het glas.
Dit zijn natuurlijke eigenschappen van de was en hebben geen invloed op de kwaliteit of brandduur van de kaars.
Deze kleine imperfecties zijn kenmerkend voor handgemaakte kaarsen van natuurlijke was en geven iedere kaars een uniek karakter.
Decoratieve kaarsen
Houd decoratie uit de buurt van de vlam en controleer tijdens het branden regelmatig of deze voldoende afstand houdt van de lont. Komt decoratie te dicht bij de vlam? Doof de kaars dan en verwijder de decoratie voorzichtig zodra de was iets is afgekoeld.
Na het opbranden van jouw kaars
Wanneer de kaars is opgebrand, kun je de pot, schaal of mok schoonmaken voor hergebruik.
De houder kan eenvoudig worden gereinigd met warm water en zeep. Giet water met wasresten niet door de gootsteen. Verwijder resten met keukenpapier.
Geef je een kaars cadeau?
Een handgemaakte kaars is een mooi cadeau. Geef je een kaars cadeau? Geef dan ook altijd het kaartje met onze kaarsverzorgingstips mee.
Bestel je een kaars voor jezelf én eentje om cadeau te geven? Laat het ons dan even weten. Dan zorgen wij dat iedere kaars een eigen kaartje krijgt.
Met de juiste verzorging geniet je langer van het licht, de sfeer en de mooie momenten die een kaars brengt. Veel plezier met jouw handgemaakte kaars!